Abe Bonnema
Lezing 2017

Anne-Marie Rakhorst

annemarierakhorst

Abe Bonnema Lezing 2017
Anne-Marie Rakhorst

Geïnspireerd door het boek Cradle to Cradle (Remaking the way we make things) nam ik in november 2006 in Londen deel aan een workshop van Michael Braungart. In één middag zag ik de nieuwe, duurzame wereld ontstaan die hem voor ogen staat. Een wereld van dynamiek, van positivisme, van schoonheid, van energie, van respect voor onze planeet en van grenzeloze kansen.

Het gedachtegoed van Cradle to Cradle heeft me nooit meer losgelaten. Ik was altijd al bezig met duurzaamheid, met de vraag hoe je juist als ondernemer een positieve impact kunt hebben op je leefomgeving. Ik geloof niet in minder; duurzaamheid mag nooit een verdwijntruc zijn. Ondernemerschap draait voor mij om het creëren van zoveel mogelijk positieve impact. Niet om minder uitstoten, minder produceren, minder vervuilen, maar om meer dingen goed doen. En die nadruk op het goede en op het positieve was wat me zo ontzettend raakte in de theorie van Michael Braungart. Het uitgangspunt hiervan is dat alle grondstoffen en materialen opnieuw te gebruiken zijn. Zo sparen we behalve grondstoffen ook het milieu, verminderen we onze CO2-uitstoot en stimuleren we innovatie, nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid.

171123.Abe-Bonnema-Lezing_Anne-Marie-Rakhorst_voor-publicatie-met-plaatjes-1

De 17 werelddoelen
Een paar jaar later was er weer iets wat me recht in het hart raakte, als mens en als ondernemer. In 2015 ondertekenden 193 wereldleiders 17 werelddoelen om de wereld een betere plek te maken: de Sustainable Development Goals, oftewel SDGs, van de VN.

Dat is een positieve agenda, een routekaart richting 2030. Zodat er een einde komt aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering. Eigenlijk omvat het wat mensen overal ter wereld (bijna) allemaal belangrijk vinden: een vreedzame samenleving, goed onderwijs, schone energie, leefbare steden, eerlijk werk. En die doelen gaan ons allemaal aan. De SDGs lijken misschien ongrijpbaar groot, maar wij in Nederland, met al onze kennis en al onze kunde, kunnen een heel belangrijke bijdrage leveren aan het behalen ervan.

cradle2cradle

Cradle to Cradle
Veel organisaties omarmen de SDGs en gebruiken het zelfs als leidraad in hun beleid. Een prachtig voorbeeld daarvan is Interface. Hoe geef je daadwerkelijk vorm aan de ambitie om geen negatieve impact te hebben en zelfs bij te dragen aan het herstel van milieu en maatschappij? Het is de kern van Mission Zero, het doel waar Interface al bijna 25 jaar met succes aan werkt. Een van hun projecten is Net-Works.

In dat samenwerkingsprogramma worden gebruikte visnetten van de Filipijnen door garenfabrikant Aquafill verwerkt tot garen voor de tapijten van Interface. Visnetten vormen een groot deel van de vervuiling van zee en een gevaar voor het onderwaterleven dat erin verstrikt raakt. In verschillende dorpen haalt de lokale bevolking oude visnetten van het strand en ze vissen netten die niet meer worden gebruikt uit de zee. De ondernemende gemeenschap levert op die manier een heel belangrijke bijdrage aan het beschermen van hun bedreigde omgeving. De lokale bevolking krijgt daardoor zoveel nieuwe kansen en extra inkomen, dat geeft ze veel positieve energie. De fabriek van Aquafill ontleedt de netten en maakt er vervolgens garen van: de basis voor de tapijttegels van Interface.

De deelnemers aan dit programma doen niets anders dan voorheen; de partijen zijn alleen samengebracht. Door de krachten te bundelen bereik je meer. Dit laat zien wat er mogelijk is als je aan de slag gaat met verduurzamen en verder kijkt dan alleen je eigen keten.

Nederland circulair in 2050
In een circulaire economie bestaat geen afval meer. We ontwerpen en produceren niet langer volgens het take-make-waste-model, oftewel van cradle to grave. De circulaire economie biedt oplossingen voor de groeiende bevolking, grondstofschaarste en het klimaat. Om in Nederland in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren werd in januari 2017 het Grondstoffenakkoord ondertekend. Daarmee spraken we af dat we in zogenaamde transitieagenda’s samen bepalen wat er moet gebeuren om circulair te worden. Nederland zet maximaal in op hoogwaardig hergebruik van grondstoffen en duurzame productie van nieuwe grondstoffen. In 2030 moet dat al een halvering van het verbruik van primaire grondstoffen opleveren.

img

Ieder product of gebouw, hoe mooi ook, is in feite een stapeling van grondstoffen. Waardevolle grondstoffen. Die moeten we op een andere manier waarderen. Dat vraagt om een bredere kijk. Als voorzitter van het transitieteam Consumptiegoederen maak ik me druk om het gebruik van multi-layers, zoals Lays chipsverpakkingen. Dat is troep op de markt. Er gaan waardevolle grondstoffen in, waar je vervolgens niks meer mee kunt. De enige bestemming is de verbrandingsoven. Dat moeten we niet meer willen. Ook in de bouw worden multi-blends gebruikt. Denk aan gordijnen, meubels en andere decoratiematerialen in een gebouw. Alles wat je aanbrengt moet van tevoren beoordeeld worden op het feit of je de grondstoffen kunt hergebruiken.

Ik ben ervan overtuigd dat de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie de grootste uitdaging van deze tijd is. We zagen aan de inzendingen voor de Architectuurprijs dat het onderwerp leeft. Architecten hebben verbeeldingskracht en oog voor schoonheid.

Ik wil de genomineerden nogmaals enorm complimenteren met hun mooie, belangrijke werk. Ieder project bevat mooie voorbeelden op het gebied van duurzaamheid. Ik juich transformaties en renovaties van bestaande gebouwen toe. Maar dat nieuwbouw ook op diverse vlakken relevant kan zijn voor transformatie en hergebruik laten de architecten ook zien. Het gebruik van duurzame bouwmaterialen. Maar ook het opvangen van regenwater en het gebruiken van water uit een rivier voor koeling en verwarming. Gebouwen die door hun ontwerp opgaan in het landschap. En slimme vormgeving waardoor het energieverbruik van het gebouw minimaal is. Jullie laten zien dat het voor architecten vanzelfsprekend is om gebouwen te ontwerpen met duurzaamheid op het netvlies. Vormgevers en architecten zijn een van de belangrijkste schakels in de transitie naar de circulaire economie.

Een-gebouw-als-een-boom

Een gebouw als een boom
Een stad als een bos, met gebouwen als bomen. Gebouwen die hun eigen energie opwekken en het overschot misschien zelfs delen met andere gebouwen in de omgeving, die schonere lucht en schoner water teruggeven aan de omgeving, die waardevolle grondstoffen herbergen om later opnieuw te gebruiken. Een stad waarin mensen gezonde lucht kunnen inademen, waar ze in hun voedsel kunnen voorzien, waar ze samen kunnen leven. Gebouwen nemen niet alleen plaats in, ze voegen iets toe aan de stad. En de stad aan de omgeving.

Meer teruggeven dan je neemt: vanuit deze gedachte bouwden we bij Search twee duurzame panden, waarin het bedrijf haar thuis had. Een van de twee staat in ‘mijn’ dorp, Heeswijk-Dinther. Aan de oude boerderij waar ik opgegroeid ben en waar mijn ouders hun onderneming hadden, bouwden we een duurzaam pand. Een heemtuin zorgt voor de natuurlijke overgang tussen de landelijke omgeving en het dorp. Een gezond binnenklimaat, eindeloze energiebronnen, duurzame bouwmaterialen zorgen voor een aangename werkplek. Dat is waar duurzaam bouwen om gaat. Het gebouw moet faciliterend zijn aan zijn omgeving. Het is een manier om een plek te creëren waar we comfortabel kunnen wonen, productief kunnen werken en goed kunnen leren. Het zou het vertrekpunt moeten zijn voor de stad van de toekomst: een omgeving die aansluit bij de behoeften van mensen en bij het ecosysteem.

Als je dat circulair doet, maak je ook optimaal gebruik van wat er al is. Elk gebouw wordt dan een grondstoffenbank met materialen die allemaal een eigen levenscyclus kennen. Vloerbedekking en meubilair kunnen 5 tot 10 jaar mee. Installaties en systeemwanden 15 jaar. Liftschachten, vaste muren; 25 jaar. Gevel en skin 30 tot 40 jaar. En draagconstructies gaan nog langer mee, zo’n 75 jaar. Als leveranciers materialen weer terugnemen en hergebruiken, creëer je een gesloten ecosysteem (doet de natuur ook). Materialen blijven dan waarde behouden, in plaats van dat ze als afval beschouwd worden.

Future-cities

Future cities
De stad fascineert mij. In 2050 woont 70 procent van de wereldbevolking in een stad. Het aantal megasteden met meer dan tien miljoen inwoners neemt flink toe. De toekomst ligt in de stad. Wat betekent dat voor vervuiling? Logistiek? Energie, voedsel en afval?

We richten ons vaak op het nationale niveau als we verandering willen zien. Maar de echte verandering, de actiegerichtheid, die zit juist in de stad. Steden ervaren wereldwijde uitdagingen als eerste. Migratie is in de stad een kans en een uitdaging, dat geldt ook voor adaptatie aan klimaatverandering. Dat alles vraagt om veel aanpassingsvermogen en een enorme oplossingsgerichtheid; we willen tenslotte dat deze steden daadwerkelijk leefbaar, gezond en duurzaam worden en blijven. Hoe maak je leefbare, inclusieve, economisch bloeiende steden? Hoe maak je ze veerkrachtig, zodat ze acute én langdurige problemen kunnen oplossen?

Voor een voorbeeld dichterbij huis, neem ik u mee naar het Deense provinciestadje Vejle. Prachtig gelegen aan een fjord, aan de monding van twee rivieren en omringd door heuvels. Klimaatverandering zal er een behoorlijke impact hebben: niet alleen een stijgende zeespiegel, maar vooral de hevige buien. Daar het hoofd aan bieden is een belangrijke uitdaging voor de stad. Het is niet de enige uitdaging: toenemende migratie, een groeiende onverschilligheid, afnemende saamhorigheid en een overheid die zich terugtrekt, vragen ook om een antwoord.

Om dat te vinden, sloot het stadsbestuur zich aan bij 100 Resilient Cities: een netwerk van steden opgericht door de befaamde Rockefeller Foundation. Steden die meedoen, willen zich inzetten om niet alleen de fysieke, maar ook sociale en economische uitdagingen van de stad op te lossen. Een brede aanpak. Leden uit het netwerk kunnen experts inroepen en de kennis en ervaring uit andere steden gebruiken. Een interessante case voor ingenieursbureau Arcadis.

Kenmerkend voor stadsontwikkeling is dat architecten vaak eerst aan de slag gaan met het ontwerp, om vervolgens andere betrokkenen enthousiast te maken en tot slot financiering los te krijgen. Vejle wilde het anders. Ze organiseerden als start workshops samen met architecten, ingenieurs, planners, financiële experts en mensen uit het bedrijfsleven van de stad om na te denken over de vraagstukken. Een integrale benadering: het samenbrengen van het ontwerpproces en het kiezen

van haalbare opties. Door alle betrokken partijen bij elkaar te zetten werden er zaken gecombineerd. Er werd bijvoorbeeld een strook nieuw land aangelegd voor de kust, die de stad beschermt én een geweldige vastgoedwaarde creëert door er betaalbare woningen op te zetten. Door anders te kijken naar de veranderopgave kwamen ze tot betere en snellere oplossingen. Oplossingen die bijdragen aan het behalen van de SDGs.

Daar gaat het om in de transities waar we voor staan. Hoe ga je om met bestuur? Hoe betrek je inwoners en lokale ondernemers? Betrek je mogelijke investeerders meteen in het begin. Zie je klimaatadaptatie als iets dat geld gaat kosten of gaat het juist geld opleveren omdat je creatief bent en waarde toevoegt aan een gebied? Architecten zijn de makers van de nieuwe wereld.

Systeemverandering

Systeemverandering
Derk Loorbach van Drift ontwikkelde het x-model. Hij beschrijft transities als processen van opbouw en afbraak. Na een lange periode van voorontwikkeling vindt de echte transitiefase plaats en die is kort, maar chaotisch en disruptief. Het model maakt de transitie visueel: het afbouwen van de lineaire economie en opbouwen van circulaire en inclusieve economie. Je moet het systeem veranderen waar je tegelijk onderdeel van bent. Het vraagt om opnieuw opbouwen van structuur, aanpak, cultuur, terwijl je het oude uiteindelijk afbreekt. We zitten in de transitie en dat gaat gepaard met onrust en disruptie.

Dr. Prof. Michael Braungart zei: ‘Sustainability is not about being less bad, it’s about doing more good.’ Het is geen kwestie van het oude beter doen, maar van opnieuw bouwen. Consuminderen is een grote aannamefout; minder slecht is nog steeds niet goed. We moeten het foute systeem overboord zetten en het vanaf nu goed doen. Niet incrementeel kleine verbeteringen doorvoeren, maar disruptief veranderen en vanaf nu alleen het goede doen. Of je nou gebouwen ontwerpt, producten designt, boer of schilder bent… Ga voor 100 procent kwaliteit. Het is tijd om de knop om te zetten.

Droom

Droom
Ik geloof in een duurzame wereld in 2050. En ik geloof in de macht en kracht van het volk dat de werelddoelen omarmt. Politici die slecht nieuws verspreiden, angst zaaien en gevoelens van nationalisme aanwakkeren helpen daar niet bij. Protectionisme en nationalisme ontstaan doordat je mensen buiten spel zet.
Als het gaat om de klimaatdoelstellingen zitten we in het staartje van de grote uitdagingen. We moeten samen zorgen voor successen die bewijzen dat het wél kan. We hebben icoonprojecten over de hele wereld nodig die in elkaar grijpen. Architecten kunnen, nee móeten, deze transitie mee mogelijk maken door het voortouw te nemen. Jullie ontwerpen hebben invloed op de gehele samenleving. Jullie ontwerpen kunnen een positieve bijdrage hebben op veel verschillende SDGs. Het is aan ons; Nederland is zo rijk en slim. Neem de verantwoordelijkheid en neem iedereen daarin mee. Op naar de mooie wereld die we voor ogen hebben.