Opdrachtgever grafisch ontwerper Thomas Widdershoven ontwierp samen met architect Arjan van Ruyven een opvallend gebouwtje aan de Amsterdamse Wibautstraat. Ze zijn een van de vijf genomineerden voor de Abe Bonnema Architectuurprijs 2021.

Thomas Widdershoven: je bent geen architect maar grafisch ontwerper en opdrachtgever en hoofdontwerper van dit project. Wat betekent de nominatie voor de Abe Bonnema Architectuurprijs 2021 voor jou?
Thomas Widdershoven: ‘Er zijn veel dingen aan dit gebouw anders dan bij andere bouwprojecten, daardoor was het voor mij wel een verrassing om genomineerd te worden voor een prijs die voortkomt uit het legaat van een architect en met architecten in de jury. Het is een eer.’

Arjan van Ruyven: was het voor jou als architect anders dan anders om samen met de opdrachtgever een gebouw te ontwerpen?
Arjan van Ruyven: ‘Nu ja, anders? Helene Kröller-Müller had als opdrachtgever ook sterke ideeën over het gebouw dat zij wilde, die zij door een architect liet uitwerken. Ik zie het als een uitdaging om in die traditie te staan. Ik werk niet graag met een onbeschreven blad, hecht aan context. De vraag van de opdrachtgever reken ik ook daartoe.
Er zijn vele wegen die tot architectuur leiden en veel verschillende soorten architecten. Ik ben een architect die zich dienstbaar opstelt, die rol ligt mij. Ik heb geleerd om goed te luisteren en merk dat als je dat doet, je tot andere, verrassende resultaten komt.’

Zouden architecten meer ruimte moeten bieden aan andere ontwerpers?
TW: ‘Dat geldt eerder voor ontwikkelaars en beleggers, die te veel bouwen met de rekenmachine in de hand waardoor ideeën voor karaktervolle gebouwen zoals deze gemakkelijk weggestreept worden. De architect heeft doorgaans die ontwikkelaar als tegenspeler. Hij krijgt de opdracht om een gebouw te maken dat ‘volstaat’ en makkelijk verkoopbaar is. Voor een karaktervol gebouw heb je een liefhebber nodig. Voor particuliere woningen bestaan zelfbouwkavels, voor particuliere ondernemers niet. Na lang zoeken heb ik uiteindelijk een plot bemachtigd. Eigenlijk is er geen beleid om grond aan eindgebruikers te geven.
Architect is – met recht – een beschermd beroep, daaraan wil ik niet tornen. Mijn oproep zou zijn om als opdrachtgever een architect niet enkel erbij te halen voor het tekenen aan de constructie, maar als sparringpartner. In die rol heb ik Arjan bij het project betrokken en dat is een vruchtbare samenwerking gebleken.’

Hoe kwam die samenwerking tot stand?
TW: ‘Op zoek naar een bouwkavel om werkruimte voor onze studio Thonik te bouwen, belandde ik in 2007 bij Kees van Ruyven, die destijds bij de gemeente werkte. Hij hoorde mijn pleidooi voor karaktervolle gebouwen en wees uiteindelijk een stuk grond op de Wibautstraat aan dat door ontwikkelende partijen oninteressant werd bevonden. Het was een postzegel. We kwamen er financieel niet uit met de vierkante meters. Ik ging voor advies langs op zijn kantoor, waar ook zijn zoon Arjan zat. Die begon meteen mee te tekenen. Een van de dingen die me voor hem won, was een snelle schets voor de ontsluiting van begane grond en de verdiepingen. Het klopte direct en zo is het ook gebouwd.’
AvR: ‘Een tijd na die eerste ontmoeting kwamen we elkaar tegen bij een galerie. “Laten we afspreken,’’ zei Thomas al snel.’
TW: ‘Ik wilde een flexibele, stapelbare open structuur maken die dat ook uitstraalt. Een gebouw zonder kolommen, geschikt voor werken en wonen met balkons en verdiepingshoge ramen. Met het grafisch ontwerpprogramma Illustrator had ik het uitgetekend, met de vluchttrap buiten om het gebouw gevouwen. Arjan heeft dat plan in 3D gezet.’
AvR: ‘Toen bleek dat de trap te klein was voor zijn beeldbepalende rol.’
TW: ‘Dat hebben we met het zwart-wit strepenpatroon van Trespa-planken opgelost. Door de diagonale belijning oogt de trap groter.’
AvR: ‘De strepen vormen tegelijk de oplossing om de tussenruimtes onder de verdiepingshoge ramen op een logische manier bij elkaar te houden. Je ziet bij andere gebouwen soms dat glas voor de vloeren langs wordt doorgetrokken, dat voelt nep.’
TW: ‘We wilden een gebouw maken dat je kunt doorzien.’

Je vindt dat gebouwen leesbaar moeten zijn?
TW: ‘Dit is hoe we bij Thonik werken. We willen dat iedereen de boodschap die we communiceren, begrijpt. Dus gebruiken we geen gelaagd beeld en kiezen we voor heldere kleuren en typologie. De doorzichtigheid die je biedt om een structuur herkenbaar te maken, haalt misschien iets van de poëzie in het leven weg. Maar ik zie heel veel poëzie in heldere structuren.

Wat hebben jullie sparringsessies opgeleverd?
TW: ‘Arjan kreeg te maken met een amateur, maar gebruikte dat gegeven niet om mij de les te lezen.’
AvR: ‘Ik zag het allereerst als mijn taak om ervoor zorgen dat het idee gebouwd werd. Als architect weet je als geen ander hoe materialen driedimensionaal bij elkaar komen.’
TW: ‘Als Arjan dacht dat een bepaald element problemen zou opleveren – met de welstandscommissie, bouwtechnisch of financieel – dan confronteerde hij mij daarmee. Tegelijk benoemde hij de onderdelen van het plan waarin hij potentie zag, om het verder te brengen. Ook als hij eigenlijk dacht: dit is best bizar.’

Het thema van de Abe Bonnema Architectuurprijs 2021 is impact. Kan dit kleine project een groot effect bewerkstelligen?
TW: ‘Vroeger dacht ik dat we alternatieven nodig hebben om naast de mainstream-productie iets bijzonders neer te zetten. Nu spelen er zulke grote kwesties dat ik denk dat alternatieven de weg vooruit moeten wijzen.’
AvR: ‘Wil Amsterdam een diverse stad zijn, dan moet er meer ruimte gegeven worden aan ondernemende ontwerpers, ook als opdrachtgevers.’
TW: ‘De nominatie betekent dat de architectengemeenschap dit project ziet en erkent als iets bijzonders. Daarmee kunnen wij terug naar de beleidsmakers. We kunnen de hobbels op de weg tonen en zeggen: ‘’Maak er beleid op.’’ Dat gaan we hier in dit gebouw doen, door debatten te organiseren.’

Arjan van Ruyven (l) en Thomas Widdershoven (r)

Arjan van Ruyven studeerde in 2007 als architect af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Hij werkte van 1998 tot en met 2009 bij de bureaus van Hans van Heeswijk en van Marlies Rohmer. In 2010 richtte hij samen met Michiel van Pelt MMX-architecten op. Als extern adviseur is hij betrokken bij de planvorming voor het Schinkelkwartier in Amsterdam. Voor de Academie van Bouwkunst is Van Ruyven examinator.
Naast de nominatie voor de Abe Bonnema Architectuurprijs werd Studio Thonik verkozen tot Beste Gebouw van de BNA in 2021 in de categorie ‘Icoon en Identiteit’ en genomineerd voor de Gouden A.A.P en de ARC20.
Studio Thonik is een ontwerp van opdrachtgever en grafisch ontwerper Thomas Widdershoven in samenwerking met architect Arjan van Ruyven.

MMX-architecten
thonik.nl